REINVENT
Een Belgisch onderzoeksproject met steun van het Energietransitiefonds
Wat gebeurt er als je de zonnepanelen van een sociale woonwijk koppelt aan elektrische deelwagens? Klimaan ging op onderzoek en rekende het drie jaar lang door, samen met andere onderzoekers uit heel België.
Dit is wat we daaruit leerden, en wat er nog moet veranderen voordat het ook echt kan.
WAAROM WE DEZE VRAAG STELDE
Otterbeek is een sociale woonwijk ten noorden van Mechelen. Samen met woonmaatschappij Woonland en Stad Mechelen legde Klimaan er in twee fases 1.795 zonnepanelen op 197 sociale woningen, samen goed voor 741 kilowattpiek.
De bewoners investeerden zelf niets: ze betalen enkel voor de zonnestroom die ze verbruiken, aan 90 procent van het sociaal tarief. Wie verbruikt wanneer de zon schijnt, betaalt dus minder.
Meer lezen over Otterbeek? Lees hier verder! Beide fases van de installatie kwamen er dankzij het Europese project TANDEMS.
Precies daar begint onze vraag. Op zonnige dagen wekken die panelen veel meer op dan de bewoners op dat moment verbruiken. Dat overschot gaat naar het net, tegen een vergoeding die veel lager ligt dan wat stroom kost.
Tegelijk botsen veel huurders in de wijk op de kostprijs van vervoer. Een eigen wagen is duur, een elektrische wagen helemaal. Autodelen zou een uitweg kunnen zijn, maar alleen als het echt goedkoop is.
Die twee problemen kijken naar elkaar. Een elektrische deelwagen die overdag oplaadt met de zon van het eigen dak, is tegelijk een goede afnemer voor het overschot én goedkopere mobiliteit voor de buurt.
De vraag is of dat ook haalbaar is.
HOE WE HET ONDERZOCHTEN
Samen met onderzoekers van UMONS (Université de Mons) en VITO bouwden we een rekenmodel van de wijk. Dat model brengt per kwartier samen wat de huishoudens verbruiken, wat de panelen opwekken, wat stroom op dat moment kost, en wanneer een deelwagen beschikbaar is of onderweg.
De ritgegevens zijn geen aannames: we gebruikten de echte gegevens van onze eigen autodeelvloot, ongeveer 7.600 ritten en 4.500 laadbeurten van 35 wagens. Zo weten we hoe mensen zulke wagens werkelijk gebruiken, en niet hoe we hopen dat ze het doen.
Vervolgens vergeleken we twee manieren van werken. In de eerste doet iedereen zijn eigen ding: de energiegemeenschap probeert haar factuur te drukken, de autodeeldienst de hare.
In de tweede stemmen ze op elkaar af, en wordt er geladen wanneer de zon schijnt. Beide situaties bekeken we in een opstartfase, wanneer de deelwagens nog weinig gebruikt worden, en in een volle gebruiksfase.
WAT WE LEERDEN
1. Samen plannen levert meer op dan elk apart
Wie apart optimaliseert, komt in de gekke situatie dat de wijk ’s middags zonnestroom naar het net stuurt terwijl de deelwagen een paar uur later stroom van datzelfde net koopt. Door beide op elkaar af te stemmen, verdwijnt die omweg. In het rekenmodel daalde de totale kost van energie en mobiliteit samen met ongeveer 7 procent in de opstartfase, en met ongeveer 15 procent zodra de wagens goed gebruikt worden.
2. Hoe meer de wagens rijden, hoe groter het voordeel
Dat klinkt tegenintuïtief. In de opstartfase staan de wagens veel stil, dus is er veel ruimte om slim te laden, maar er wordt weinig gereden. Daarom is er ook weinig stroom nodig en blijft er veel zon over.
Naarmate meer mensen de wagens gebruiken, groeit de laadbehoefte en kan er dus meer
zonnestroom lokaal blijven. Voor wie zo’n project beoordeelt, is dat een belangrijke waarschuwing: kijk niet naar het eerste jaar alleen.
3. Een slim nettarief maakt het verschil voor de hele buurt
Vandaag betaalt elk gezin apart voor zijn eigen piekverbruik. In het model testten we een alternatief: kijk naar de piek van de hele buurt samen, achter dezelfde cabine. Het resultaat was opvallend. De gezamenlijke piek daalde met bijna een derde, én de totale factuur lag lager. Bij een tarief per gezin gebeurde het omgekeerde: het werd fors duurder en samenwerken werd afgestraft. Wie deelt, wordt met de huidige tariefregels dus niet beloond.
3. Betaalbaarheid komt niet vanzelf
Het model laat zien dat de koek groter wordt, maar niet hoe je hem verdeelt. In een sociale wijk is dat net de kernvraag. Een deelwagen die goedkoper rijdt, is pas een sociaal project als dat voordeel ook echt bij de bewoners terechtkomt en niet blijft hangen bij wie de wagens beheert.
Daar komt bij dat huurders zelden het kapitaal hebben om mee te investeren in panelen, laadpalen of wagens. Zonder gerichte steun blijven de voordelen buiten bereik van precies de gezinnen voor wie ze het meest zouden betekenen.
EN NU?
Om eerlijk te zijn: de deelwagens en de laadpalen staan er nog niet. De zonnepanelen liggen er en draaien; het sociale autodeelluik was voorlopig onderzoek.
Dat is geen detail, en het onderzoek legt precies uit waarom. Het administratieve kader voor
energiedelen in Vlaanderen is vandaag nog star: het aantal manieren waarop je stroom over een gemeenschap kunt verdelen ligt vast, en veel handelingen gebeuren nog manueel. Daar komen de administratieve tarieven bovenop die voor energiedelen worden aangerekend, per deelnemend aansluitpunt. In een wijk met veel kleine verbruikers weegt die vaste kost per aansluiting stevig door op wat er onderaan de streep aan voordeel overblijft.
Wat we uit ReInvent meenemen, is dus meer dan een gunstige berekening. Het is ook een lijstje van wat er moet veranderen om het in de praktijk waar te maken. Die aanbevelingen, over collectieve nettarieven; over co-investering in sociale wijken; over eerlijke verdeling van het voordeel, brengen we mee naar de gesprekken met de netbeheerder, de regulator en de stad. En intussen gaan we samen met onze partners in de wijk, Stad Mechelen en Woonland, bekijken hoe we dit stap voor stap in de realiteit kunnen omzetten.
HOE HANGT DIT SAMEN?
ReInvent was rekenwerk. Het vervolg is praktijk. In INNO-TREC bouwen we vanaf 2026 in Otterbeek effectief een laadpaal en een deelwagen die vooral laden wanneer er lokaal zon is. Precies het scenario dat we hier doorrekenden.
PROJECT DETAILS
ReInvent onderzocht hoe de Belgische energiesectoren, elektriciteit; gas; warmte en groene
moleculen, beter op elkaar afgestemd kunnen worden. Het project liep van oktober 2023 tot september 2026 en werd gecoördineerd door VITO, met twaalf partners uit onderzoek, industrie en de coöperatieve sector.
Klimaan CVSO · Innovatieprojecten op de website · briefing voor Kato · 1 september 2026 · p. 10
Klimaan bracht één van de praktijkcases in: het koppelen van zonnestroom en gedeelde
elektrische mobiliteit in de sociale woonwijk Otterbeek.
Meer over het project: reinvent-project.be
Dit project ontving financiering van het Energietransitiefonds 2023, FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. De hier geuite standpunten geven uitsluitend de mening van de auteurs weer; de Algemene Directie Energie is niet aansprakelijk voor het gebruik dat van deze informatie wordt gemaakt.








